Irak

Vanuit Amman, Jordanië, aankomst op de internationale luchthaven van Bagdad. De Irakese hoofdstad klinkt bij sommige mensen nog steeds onheilspellend, volledig onterecht. Wat opviel was de relatief kleine luchthaven voor een stad van meer dan 8 miljoen inwoners. Na de immigratieprocedure, die efficiënt verliep, ontmoette ik via betrouwbare referenties een lokale gids die me kwam ophalen. We reden meteen naar een kleurrijke markt voor een typisch ontbijt: Bagila Bil Dihin, brood, bonen en ghee (geklaarde boter), geserveerd met gebakken ei. Een uitgebreide verkenning van één van de vele markten toonde de gastvrijheid van de lokale mensen. Verschillende keren werd ik uitgenodigd om mee thee te drinken, zonder enige vorm van opdringerigheid. Een boottocht op de Tigris rivier liet Bagdad van een andere kant zien. In Bagdad zijn heel wat coffeeshops, waar vaak shisha (waterpijp) wordt gerookt. Al Ashid, een architectonisch meesterwerk met een enorme blauwe koepel, gesplitst in twee helften, is één van de mooiste en meest gekende monumenten in de stad. Het Abbasidisch paleis en Firdos-plein, waren andere boeiende plekken. In heel de moslimwereld vind je moskeeën, zelden maakten ze zo’n indruk als diegene in en rond Bagdad. Schitterend versierd, druk bezocht, je kan overal komen en wordt aanvaard door iedereen. ’s Avonds gingen we telkens naar een traditioneel restaurant met ruime keuze. Masgouf kon uiteraard niet ontbreken, het nationale gerecht van Irak: een hele vis, meestal karper, gegrild boven open vuur, op smaak gebracht met zout, tamarinde en kruiden. Uit eten gaan is vaak een familiegelegenheid, met grote tafels waar gerechten gedeeld worden. In de omgeving van Bagdad zijn plekken waar nog legervoertuigen terug te vinden zijn van de Amerikaanse invasie van 2003 tot 2011. Nochtans deze oorlog op leugens was gebaseerd en er minstens 700.000 Irakese slachtoffers vielen is er van Irakezen een grote tolerantie naar westerlingen, inclusief Amerikanen. Eén van de best bewaarde paleizen van Saddam Hussein ligt ten zuiden van Bagdad. Een bezoek hieraan geeft inzicht op het leven van de voormalige dictator van Irak. Hij had tussen de 80 en 100 paleizen, verspreid over heel het land. Allemaal groot en luxueus die als statussymbolen golden. De meeste paleizen werden vernield en geplunderd, enkele kregen andere bestemmingen zoals musea. In Irak liggen verschillende oude steden die van belang waren. Babylon was de voornaamste van allemaal, op enkele uren rijden van Bagdad gelegen. De ruïnes geven een inkijk op de toenmalige belangrijkste stad van Mesopotamië, één van de oudste beschavingen ter wereld. Met mijn steeds goed gehumeurde chauffeur reden we in noordelijke richting naar Samarra tot aan de Malwiya minaret, uit de 9de eeuw. De unieke spiralen buitentrap beklimmen is een beleving, hoogtevrees heb je beter niet. Hier nam ik afscheid van Hussain, mijn enthousiaste gids met veel gevoel voor humor.

Verder noordelijk bereik je de Koerdische Autonome Regio (Iraaks-Koerdistan), een federaal erkend gebied met een eigen regering, parlement, hoofdstad (Erbil) en leger (Peshmerga), dat grotendeels autonoom functioneert en bekend staat om zijn stabiliteit en moderniteit. Iraaks Koerdistan is zichtbaar welstellender dan federaal Irak. Een uitstekend wegennetwerk, beter georganiseerd, in alle opzichten een upgrade. Koerdistan ligt verspreid over Irak, Iran, Syrië en Turkije, en een klein deel in Armenië. Koerden hebben een duidelijke eigenheid en doen al jaren inspanningen om als autonome regio in zijn geheel erkend te worden. Dit wordt vooral door Turkije, waar het grootste deel van Koerdistan is gelegen, tegengehouden. Jiyan, mijn lokale gids, een rustige en intelligente man toonde met veel trots zijn regio. Erbil, de hoofdstad, kent enkele interessante gebouwen waaronder een prachtige moskee met een heel kleurrijk interieur. Waar ik vooral naar uit keek was om het noorden te verkennen, daar liggen de bergen. We verkenden enkele boeiende dorpen. Ahmadiyya, een uniek dorp boven op een plateau in een diepe kloof, met prachtige uitzichten en Lalish, waar een spirituele sfeer hangt vormden een perfecte introductie. Hierna was het tijd om de bergen in te trekken, gedurende verschillende dagen wandelden we door canyons, bossen, langs watervallen en kleine dorpen. Barzan, een diepe canyon, was één van de highlights. Slapen deden we onderweg op kleine plekken, uitgebaat door lokale bewoners. Het Zagros-gebergte domineert, Cheekha Dar, 3611 meter is het hoogste punt. We waren steeds een hele dag onderweg, omgeven door schitterende bergzichten en mooie natuur. In deze regio zou je weken kunnen doorbrengen, bergpaden doorkruisen het Zagros-gebergte. Weinig mensen associëren bergwandelingen met Irak, maar het kan hier wel degelijk. Ik werd op het einde van de trip uitgenodigd bij Jiyan thuis waar we samen met zijn vrouw, die lekker had gekookt, lunchten. Speciaal voor mij werd een vegetarische variant van Yaprax gemaakt: gevulde wijnbladeren met rijst en groenten dat samen uit dezelfde schotel wordt gegeten. Het feit dat zijn vrouw samen mee aan tafel zat benadrukte dat Koerdistan anders is. In veel moslimlanden, Irak inclusief, is het uiterst ongebruikelijk dat een vrouw samen met onbekenden eet, ook al is haar man erbij. Het werd een fascinerende trip doorheen een land dat erg weinig wordt bezocht. Een geslaagde mix van cultuur, geschiedenis, wandelen en bergen. Dat federaal en Koerdisch Irak zo verschillend van elkaar zijn maakte het alleen maar interessanter.